Mijn 60-daagse retraite 2019-2020

De 20e 60-daagse Special Retreat voor buitenlanders in Panditarama Hse Mine Gon Forest Center in het Bago-district was voor mij de zevende. Het was verrassend en leuk om oude bekenden tegen te komen: Ramesh uit de USA/India (foto links), Vladimir uit Rusland en Bjarne uit Denemarken (foto rechts), Yossi uit Australie, en vele Aziaten. Uit Roemenie was er Teodora, die ik kende van een retraite die ze vorig jaar bij mij in Engeland gedaan heeft. En halverwege, begin januari, kwam Niels (foto rechtsonder) uit Nederland, die pas afgelopen september zijn eerste retraite ooit gedaan had.

Ramesh was mijn buurman.
Lunch
Vladimir (midden), gevolgd door Bjarne.
Niels 1

De dag na aankomst in het klooster in Yangon, bracht ik in de vroege ochtend, meteen na het ontbijt om half 6, met Ramesh en Teodora mijn jaarlijkse bezoek aan de Shwedagon Pagode (foto links). Later die dag ging Teodora mee naar de Mahasi Sasana Yeiktha, waar ik een afspraak had met de Argentijnse monnik Suppabuddho (foto rechts), die twee jaar geleden een tijd in Nederland heeft verbleven.

Shwedagon
Bhante-Suppabuddho

De eerste maand is mijn persoonlijke leraar de Nepalese non Sayalay Ma Vimala (foto links). Zij is een van de jongste begeleiders, kwijt zich duidelijk heel serieus van haar taak, en ik leer bij haar een paar fijne details. Het beschaamt mij als zij mij in het laatste interview meegeeft hoe belangrijk het is om toch vooral je beste sessie te beschrijven, ‘want dan kan ik je beter begeleiden’. Ik stel vast dat ik inderdaad iets te gemakkelijk de neiging heb om te melden dat ‘er deze keer niet zoiets was als een beste sessie’, en daarom in abstracties en algemeenheden te vervallen.

Ego-besef doet zich voor in de vorm van ‘niemand anders hier dan ik kan dit’ bij het aandrukken van een lichtknopje zonder geluid te maken, omdat de aandacht in de beweging en de vinger zit, en niet ergens anders. Maar ook in de gedachte dat ‘ik’ hier al voor de zevende keer ben en anderen niet: heb ik iets gemist de vorige keren? En hoe dom zullen de begeleiders mij daarom niet vinden? Dan de 87-jarige senior-monnik Beelin Sayadaw (foto rechts) te horen zeggen dat hij weet dat er yogi’s zijn die ieder jaar komen, yogi’s die al een aantal keren gekomen zijn en vele yogi’s die er voor het eerst zijn; en dat dat hem allemaal blij maakt. De eerste jaren kon ik dat soort opmerkingen moeilijk geloven, inmiddels word ik er zelf ook blij van.

Daw-Vimalanani-2
Beelin Sayadaw

Al spoedig merk ik dat er concentratie komt. Stadia van inzicht beginnen zich te vertonen, maar als het ware breder en dieper dan eerder. Er komt een lichtheid en vreugde over mij, die een stabiliteit geven waarin twijfel of aversie niet meer zijn dan een zuchtje wind dat wel eens langskomt.

Het is verbazingwekkend hoeveel nieuwe dingen ik hoor in de dagelijkse instructies. En na twee maanden thuis: hoe die nog steeds doorwerken. Een nieuw bewijs hoezeer de geest geleidelijk en ‘in laagjes’ leert.

Zintuiglijk verlangen manifesteert zich het sterkste, totdat ik er genoeg van krijg, en het besluit neem dat ik mij deze woekering niet langer wens te permitteren. Vanaf dat moment zet ik iedere keer als het zich voordoet het passende tegengif in. Ik meld het mijn leraar, die aangeeft dat mindfulness daar zijn portiersfunctie voorbeeldig vervult. Nu ik inmiddels al weer twee maanden thuis ben kan ik melden dat ik er nog dagelijks geluk en gemak door ervaar.

De tweede maand is, net als de afgelopen twee jaar, Sayadaw U Nandasiddhi mijn begeleider. Hij is ook nog een van de jongeren (59), maar al twintig jaar geleden door Sayadaw U Pandita tot hoofd benoemd van een centrum in buurland Maleisie. Met hem heb ik een fijne klik. Soms sta ik (huh? wat?) na twee minuten al weer buiten, soms praten we

honderduit. Hij is er op een of andere manier een meester in om zorgelijkheid in wat voor vorm dan ook meteen te tackelen. Waardoor ik de afgelopen jaren steeds meer ben gaan beseffen: ‘we maken het onszelf veel te moeilijk, het is echt zo simpel als het soms kan lijken.’

Hij vertelt me rond 20 januari over een in China vanuit de dierenwereld uitgebroken dodelijk virus, ‘zoiets als SARS’, ‘met honderdduizenden besmettingen’. Hij spreekt vloeiend Mandarijn en heeft de meeste van de tientallen Chinese yogi’s als begeleider onder zijn hoede. Ik krijg bij het laatste interview een gesigneerd boek van hem met de leringen die hij in een 40-daagse retraite in Taiwan gegeven heeft. Als ik een dag later na de lunch op weg naar de Dhamma-hal langs zijn huisje loop, komt hij naar buiten, roept me en geeft mij een T-shirt van zijn centrum in Maleisie. Dat heet Nirodharama, en nirodha betekent ‘het ophouden’ (Derde Nobele Waarheid). Dat shirt wil ik maar al te graag dragen en het zit de laatste dagen als gegoten.

Al voor het einde van de retraite had ik een soort eenvoudige zekerheid over mij gekregen dat ik eind van dit jaar weer zal gaan: dit brengt mij hier gemak en later thuis, en ook steeds meer gemak en vanzelfsprekendheid in het begeleiden van andere yogi’s. Zelfs de Boeddha heeft gezegd dat het niet gemakkelijk is om anderen te begeleiden, zal ik dan maar niet vinden dat dat gemak vanzelfsprekend moet zijn?

In de slotceremonie, ook wel Victory Ceremony genoemd, valt Teodora (foto links) de eer te beurt om namens de vrouwelijke yogi’s te verwoorden wat de retraite haar gebracht heeft en haar dankbaarheid daarvoor.

Teodora 2
Sinja Guth

Na afloop deel ik met Vladimir en Yossi (beiden voor de vierde keer gekomen) hoe stimulerend ik hun aanwezigheid gevonden heb. Vladimirs antwoord draait nergens omheen: ‘Weet je, ik ben twee keer in Thailand geweest voor een lange retraite, een keer in Sri Lanka en een keer in moedertje Rusland, maar de retraite hier is onvergelijkbaar als je je mindfulness wil versterken.’ Pure bevestiging dus.

Opnieuw bezoek ik in de Mahasi Sasana Yeiktha Bhikkhu Suppabuddho, de Argentijnse monnik. En vergezeld van Ramesh en Sinja (uit Duitsland, foto rechts) heb ik een nuttige en hartelijke ontmoeting met oude bekende Alan Clements, die daar ieder jaar is om te assisteren in het begeleiden van een 10-daagse retraite. Op de terugweg op het vliegveld van Yangon schaf ik maar een pakje mondkapjes aan.

Andere jaren kreeg ik vaak, thuisgekomen, na een paar dagen, of soms nog na weken, de vraag of ik ‘al weer een beetje geland was’. Maar het is juist precies omgekeerd. Landen is nu net waar je zestig dagen mee bezig bent geweest, en ‘geland’ was wat je soms langere tijd achtereen was. Weer thuis is het de kunst niet op te stijgen. In ieder geval niet langdurig en zonder het te weten.

Inmiddels geeft de website van Panditarama aan dat er wegens de onvoorspelbaarheid van de corona-pandemie tot nadere mededeling geen inschrijving mogelijk is. Op de pagina Myanmar op deze website houd ik de situatie daar dagelijks bij. Op 14 april zijn er 62 besmettingen en 4 doden. Omdat in dat land werkelijk IE-DER-EEN op Facebook zit, is het  onaannemelijk dat de autoriteiten een geflatteerd beeld kunnen geven.